…. (het woord TIPS is onzichtbaar vandaag)

De eerste tip van vandaag is een herhaling van de vijfde tip van gisteren, een beetje voor de allerliefste kinderen van Rotterdam (dat zijn de kinderen van OBS Delfshaven, natuurlijk), maar ook voor alle andere kinderen van Nederland en Vlaanderen.
De andere zijn een beetje bekend, maar óók een beetje nieuw!

TIP 1: KLEIN MAAR FIJN
Rien Poortvliet woonde vroeger in het dorp waar ik nu woon. (Is dat toeval? Ik denk het niet.) Hij wist alles van kabouters. Dat ze mensenschuw zijn, bijvoorbeeld. Ze laten zich bijna nooit zien. Maar wel aan Rien!
Boeken schreef, eh tekende, hij erover vol. Kijk maar eens op het plaatje hieronder.
Volgens Rien waren er zes soorten kabouters: boskabouters, duinkabouters, tuinkabouters, huiskabouters, boerderijkabouters, siberische kabouters.

Het is al lang geleden dat Rien dit allemaal onderzocht en ontdekte. Ik verwacht dat jij wel een nieuwe kaboutersoort kunt ontdekken in deze stille tijden. Een galerijkabouter, bijvoorbeeld. Of een voetbalveldkabouter. Een cafékabouter, een bioskabouter…
Teken de nieuwe kaboutersoort en schrijf er alles over op. Wil je het resultaat aan me laten zien? Super! Je weet me te vinden…

TIP 2: AFLUISTEREN MOET SOMS
‘Afluisteren moet soms’ is een zinnetje uit mijn nieuwe boek, Het geheim van het dierenasiel, dat aan het eind van deze maand verschijnt.
Ik zou soms best graag gesprekken willen afluisteren, ook al weet ik best dat het eigenlijk niet fatsoenlijk is.
Wat voor soort gesprek zou jij willen afluisteren? Wie zouden er deelnemen aan het gesprek? Verzin hoe dat gesprek kan gaan. Schrijf een toneeltekst van dat gesprek, dus zo:

mama: Kan ik even met je praten over het zakgeld van ons kind?
papa: Goed idee! Het geld groeit me namelijk niet op de rug.
mama: …

TIP 3: WAAR? ONZICHTBAAR!
Stel, je had een onzichtbaarheidsmantel 2.0. Dus niet zo-een als Harry Potter, waarbij je moet oppassen dat er toch niet stiekem een van je voeten onderuit steekt en waar ieder kuchje en zuchtje doorheen komt.
Nee, een véél betere. Met 100% garantie op onzichtbaarheid én virusproof! Waar zou je heen gaan? Naar je beste vriend? Naar de koning en de koningin? Naar de MacDonalds?
Wat zou je daar willen zien en horen? Wat zou je daar gaan doen? Een goeie grap uithalen? Slapen in een koninklijk bed? De hele nacht frietjes bakken en McFlurry’s eten? Laat het me weten!

TIP 4: STOP MET LEZEN!
Ben je net begonnen in een nieuw boek? Stop op pagina 35 even met lezen. Vraag je af hoe het verhaal verder zal gaan en hoe het zal aflopen. Schrijf het op in 200 woorden. Lees je boek dan lekker in één ruk uit.
Kijk nog eens naar je voorspellingen. Heb je gelijk gekregen?

TIP 5: PENVRIENDEN
Toen ik net zo oud was als jij, was het heel normaal om penvriend(inn)en te hebben. Ik had er altijd wel een stuk of twee!
Meestal hield ik ze over aan een zomervakantie: ik ontmoette hen op een camping in Frankrijk waar ik kampeerde met mijn ouders en broertje. Twee of drie weken speelden we dag in dag uit met elkaar en daarna moesten we naar huis. Natuurlijk woonden mijn nieuwe vrienden en vriendinnen in een ander deel van Nederland en daarom spraken we af penvrienden te blijven.
Een penvriend is een hele goed vriend of vriendin die je niet zo vaak ziet. Bijvoorbeeld omdat diegene ver weg woont. Of omdat je zoveel mogelijk thuis moet blijven vanwege het coronavirus…
Met penvrienden houd je contact door brieven te schrijven. ‘Pennen’ is een ander woord voor ‘schrijven’. 
In een brief vraag je altijd eerst hoe het met de ander gaat. Daarna vertel je uitgebreid en zo grappig of gevoelig of ernstig mogelijk over wat je zelf hebt beleefd. Daarna versier je de brief. (Geef bijvoorbeeld alle hoofdletters een leuk kleurtje, of maak een mooi kader langs de randen, of kleur de hele brief met lichtjes in met potlood. Lentekleuren als geel en lila geven een mooi effect. Stickers plakken mag ook!) Als je foto’s hebt, stuur je die mee. Je eindigt je brief natuurlijk met: Schrijf je gauw terug?