Eén herinnering kan het begin zijn van een boek.

Vorig jaar ging ik samen met mijn jongste dochter Lutein het dierenasiel in Amersfoort: ze mocht poezen voorlezen. Een paar weken geleden is ‘Het geheim van het dierenasiel’ verschenen in de serie ‘Het geheim van’. Mijn debuut bij Leopold! De herinnering aan die gezellige kattenmiddag heb ik erin verwerkt.

Een iets minder gezellige middag had ik ruim zestien jaar geleden. Op mijn gemak trok ik baantjes in het zwembad. Ik was acht maanden zwanger en zwemmen vond ik heerlijk, want in het water voelde ik het gewicht van mijn dikke buik niet.
Plotseling zag ik, terwijl ik onder water zwom, aan de overkant van het zwembad een jongen krampachtig spartelen en naar adem snakken. Hij was aan het verdrinken!
Gelukkig werd hij snel gered door de badmeester, maar ik denk niet dat hij die middag ooit zal vergeten.
In maart van dit jaar verscheen, zestien jaar later dus, het boek ‘Onder water’. Het is een van de vier titels in de serie ‘Het talent van’. In dit filmpje zie en hoor je wat de lezers van de serie en van mijn boek vinden.



Nog één dag en dan begint de meivakantie. Nog ruim twee weken en dan gaan de scholen weer open. Toch wordt het leven niet meer zoals het was. Koningsdag, de Dodenherdenking en bevrijdingsdag zullen anders gaan dan in andere jaren en ook op school zal het anders zijn dan eerst.
Soms zijn veranderingen iets om je op te verheugen; soms zijn ze frustrerend. De veranderingen die je nu doormaakt, zijn op z’n minst ‘even wennen’, vind je niet?
Iedere dag vijf tips posten, was voor mij een verandering waaraan ik snel kon wennen.
Ik hoop dat je ze leuk vond.

TIP 1
Claudia Jong, ook een Schoolschrijver, gaf de afgelopen periode les op-afstand. Ze zag de leerlingen op het scherm in hun eigen huis of zelfs slaapkamer en omgekeerd zagen de leerlingen op de achtergrond een stukje van har huis. Dat is natuurlijk best bijzonder en daarom schreef ze er haiku’s over. Dat zijn gedichten van 17 lettergrepen.

ze kreeg een beeld van
hun huiselijk leven
kamer vs kamer

TIP 2
Ik tipte je al een tijdje geleden de website van Barbara Scholten (ook een Schoolschrijver, logisch!). Zij schreef de boeken over de Woonbootbende en had daar op haar website een hele leuke knutselopdracht bij bedacht. De afgelopen tijd heeft ze heel hard gewerkt aan nóg meer leuke creatieve doe-dingen bij de serie. Die kun je online bekijken, maar ook downloaden.

TIP 3
Maandag a.s. is het Koningsdag. Het hele land viert dan de verjaardag van de koning. Alles kleurt oranje en de vlaggen hangen in top.
Het lijkt me leuk als we daar een nieuwe traditie aan toevoegen: laten we met z’n allen een dagje gaan praten in het majesteitsmeervoud. Dat betekent dat je jezelf niet hoeft aan te duiden met ‘ik’, maar met ‘wij’. Jij bent opeens zo belangrijk geworden; je telt voor twee (of meer)!
Dus als je moeder aan je vraagt of je zin hebt in een oranjetompouce, dan zeg je: Daar hebben wij heel veel zin in. Wij lusten er eigenlijk wel twee! 😉

TIP 4
Voor al mijn Schoolschrijverskinderen in Rotterdam: teken je stad! Wie weet win je een PRIJS! Je kunt het altijd proberen. Jatochniettan?

TIP 5
Nog een week wachten en dan … kun je mijn nieuwe boek, Het geheim van het dierenasiel, kopen bij de boekhandel bij jou in de buurt (dat kan gewoon via internet; je boek wordt dat thuis bezorgd, handig hè!).
Ik bedacht er al een tijdje geleden een opdracht bij. Hier komt ‘ie nog een keer:
‘Afluisteren moet soms’ is een zinnetje uit mijn nieuwe boek, Het geheim van het dierenasiel, dat aan het eind van deze maand verschijnt. 
Ik zou soms best graag gesprekken willen afluisteren, ook al weet ik best dat het eigenlijk niet fatsoenlijk is. 
Wat voor soort gesprek zou jij willen afluisteren? Wie zouden er deelnemen aan het gesprek? Verzin hoe dat gesprek kan gaan. Schrijf een toneeltekst van dat gesprek, dus zo:

mama: Kan ik even met je praten over het zakgeld van ons kind?

papa: Goed idee! Het geld groeit me namelijk niet op de rug. 
mama: … 

VOORLEZEN – GROEP 1 EN 2
In opdracht van Kunst Centraal schreef ik een interactief voorleesverhaal mét een challenge!
Op de website Creatief Digitaal kun je ernaar kijken en luisteren:
Pelle houdt van rijmen. Als hij even buiten een frisse neus haalt, ziet hij een beer voor een raam. Mama vindt hem een beregoede dichter, maar wat rijmt er nou toch op ‘beer’?

LEESTEAM – GROEP 3 – 8
Heb jij ook al zo verschrikkelijk veel zin in de Kinderboekenweek? Die duurt dit jaar van …
De komende tijd wordt er een Kinderboekenweek Leesteam opgericht EN DAAR KUN JIJ OOK LID VAN WORDEN!
(Oooo, wat had ik dát graag gewild, als kind. Maar ja, toen bestond het nog niet.) Ga vlug naar de site en pak je kans!

KNUTSELEN MET BOEKEN – GROEP 3 – 8
Op de website van de Kinderboekenweek staan allerlei leuke knutsel- en doe-opdrachten bij de tofste kinderboeken.

ZO … ALS EEN DEUR – BOVENBOUW
Stel, je voordeur had ogen, oren, een neus, een mond, een huid… een hart. Wat zou hij meemaken? Welke gebeurtenissen, gedachten en gevoelens zou hij aan zijn buurdeuren vertellen? Welke gebeurtenissen zou hij voor zich (of juist achter zich) houden?
Teken je eigen voordeur op een A4, terwijl je hier over nadenkt.
Knip de deur ‘open’, als je klaar bent. Plak het A4 op een ander A4, maar zorg ervoor dat de deur open en dicht kan blijven gaan.
Doe de deur open.
Schrijf in de deuropening op wat je voordeur meemaakt, binnenshuis en op straat.

BRIEF VOOR DE KONING – MIDDEN- EN BOVENBOUW
Zo nu en dan wordt er een kinderboek verfilmd. (Mijn favorieten zijn: Mijn bijzonder rare week met Tess, Hotel de grote L en Toen mijn vader een struik werd). Natuurlijk worden lang niet alle kinderboeken verfilmd, daar is helemaal geen geld voor.
Misschien kun jij daar wat aan doen?
Nu is het bijna Koningsdag.
Schrijf de koning daarom een brief.
(Wel netjes beginnen. ‘Hoi W.A.’, is niet bepaald hoe het hoort bij een jarige van adel. 😉 )
Overtuig hem dat er meer geld beschikbaar moet komen voor kinderfilms.
Vertel hem welk kinderboek volgens jou verfilmd moet worden en waarom.

TIP 1: NAAR HET THEATER
Ben jij wel eens in een schouwburg geweest? Heb je wel eens een musical gezien of een toneelstuk? Via de website van de Utrechtse schouwburg kun je regelmatig een theaterproductie bekijken. Bijvoorbeeld de voorstelling van Belle En Het Beest. Ga er maar lekker voor zitten en verplaats je in het leven van Belle. Of het beest, natuurlijk. 😉

TIP 2: KLEDINGSWOP VOOR DE MEIDEN
Deze tip is voor de meiden (sorry boys): heb jij een vriendin die dezelfde kledingmaat heeft als jij? Mooi! Mik 3 mooie outfits in een shopper en Loop, op anderhalve meter afstand van andere mensen die je tegenkomt, naar het huis van je vriendin. Zet de tas voor de deur, bel aan en zet een reuzengrote stap (anderhalve meter!!!) naar achteren.
Wacht tot de deur opengaat.
Ga je met lege handen naar huis?
Nee!
Je vriendin heeft namelijk ook 3 outfits voor jou in een tas gestopt.
De komende 3 dagen lopen jullie in elkaars kleren. Schrijf elkaar daarna een verslagje. Beantwoord de volgende vragen: Hoe vond je de outfits? Hoe voelde je je toen je ze aanhad? Hoe reageerden andere mensen erop?

TIP 3: ER WAS EENS EEN KATOENPLANTJE…
Aaaaah, wat is het mooi weer vandaag. ‘Shirtjesweer’ noemen wij dat hier thuis. Weg met die wintertruien, we lopen allemaal rond in ons favoriete T- shirt!
Teken op een A4 zo groot mogelijk een T-shirt en knip het uit.
Bekijk je eigen favoriete shirt eens goed: Waarvan is het gemaakt? En waar? Kun je verzinnen hoe het er daar uit ziet? En wie eraan zou hebben kunnen gewerkt? Hoe komen de kleuren in je shirt? Hoe is je shirt in de winkel terecht gekomen? En hoe vind je shirt het bij jou, denk je?
Schrijf het levensverhaal van je T shirt op een blaadje. Klaar? Lees het nog eens over. Staat er tenminste 1 geluid, 1 kleur, 1 geur en 1 gevoel in? Dan schrijf je het in het net over op je uitgeknipte T shirt en plak het op je kledingkast.

TIP 4: WIL JE IN MIJN SCHOENEN STAAN?
Je mag kiezen: bejaard, koning, cavia, buitenaards wezen, invalide, miljonair, paranormaal begaafd, profvoetballer, de baas van je gezin, blind.
Probeer je eens voor te stellen hoe je leven er dan uit zou zien. Wat zou er leuk aan zijn? Wat zou minder leuk zijn? Hoe zou je het dan toch zo leuk mogelijk kunnen proberen te maken?

TIP 5: STEL DAT…
Nu we toch aan het nadenken zijn over hoe het zou zijn als… kunnen we nog wel even verder filosoferen. Over wat waar is en wat niet, bijvoorbeeld. Dit is een heel leuk doeboek dat je daarbij helpt:

TIP 1: DYSLECTISCHE DAG
Veel kinderen zijn dyslectisch. Dat maakt lezen en schrijven volgens de regels soms lastig. Daar heb ik wat op gevonden!
– Schrijf in vijf zinnen op wat je gisteren hebt gedaan.
– Lees het onderstaande gedicht ‘Dectie’ maar eens hardop. 
– Schrijf nu je tekst over de dag van gisteren opnieuw: laat van ieder woord de eerste en laatste letter staan. Hussel de rest lekker door elkaar. Voel je vrij!

Luek zo’n dsycltecshie dag 🙂

TIP 2: 75 JAAR VRIJHEID
Als je vandaag naar buiten kijkt, vraag je je misschien af hoe vrij we leven. Tja, het zijn gekke tijden door het coronavirus. Sommige mensen vergelijken deze periode met een oorlog.
Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd door de Engelsen en Amerikanen. Daarvoor was ons land – net als veel andere landen – in oorlog met de Duitsers.
Er zijn in al die jaren dat we nu in vrijheid leven al heel veel boeken geschreven over die oorlog, de Tweede Wereldoorlog. Toch komen er, driekwart eeuw later, nog steeds nieuwe, waargebeurde en aangrijpende verhalen bij. Suzanne Wouda en Annemarie van den Brink hebben een aantal van die verhalen prachtig opgeschreven en gebundeld in Oorlog in inkt. Op kinderboeken.nl kun je er twee lezen.

TIP 3: HALLO, WIE IS DAAR?
Zit ik me hier een beetje uit de naad te werken om tips te verzinnen, is er geen kind dat tegen me zegt of ik leuk of stom bezig ben! Ik vind het gek hoor, zo alles de hele tijd maar online en op afstand doen. 
Kijk, als ik een boek schrijf, wil ik niets liever dan rust om me heen en een beeldscherm voor mijn neus. Als ik lesgeef, wil ik vooral contact.
Dus… werk aan de winkel!

Kijk eens even goed rond op mijn site, dan vind je vanzelf mijn e-mailadres. Stuur me een zelfgeschreven verhaal of gedicht, een foto van jezelf, een vraag, een mop, een recept, alles is welkom!

Mailen is trouwens supersimpel; veel gemakkelijker dan het schrijven van een brief of envelop. Je hoeft bovenin het scherm alleen maar mijn e-mailadres in te vullen, en de onderwerpregel (Doe maar je voornaam, als antwoord op mijn vraag boven deze tip).
Op de rest van het scherm kun je lekker losgaan. Voel je vrij! 😉

TIP 4: VRIJE WOORDEN
Er zijn woorden die zich zo vrij voelen, dat je ze van voor naar achter én van achter naar voren kunt lezen. Ze vinden alles goed! Bedenk maar eens even of jij zulke woorden kent. Dan roer ik ondertussen wat melk door mijn koffie. Met een lepel.

TIP 5: ANDERE VRIJE WOORDEN
Er zijn ook woorden die je zowel van rechts naar links kunt lezen als van links naar rechts en die dan wél veranderen.
Bijvoorbeeld:
meel – leem Met meel bak je brood of taart, leem is een soort klei.
pats – stap Pats is het geluid van een klap. Een stap zet je als je loopt.
teen – neet Een teen is een ‘vinger’ aan je voet, een neet een eitje van een luis.
Ik weet zeker dat jij ook een paar van zulke woorden kent! Bedenk er een paar en maak er voor de grap zinnetjes mee. Zeg, hoeveel tenen hebben neten eigenlijk?

Het is vandaag niet zomaar maandag: het is Magische Maandag. Nog een paar dagen en dan begint de Magische Meivakantie. Maar nu eerst weer een paar Magische Tips 😉

TIP 1

Deze is voor de bovenbouwers:
Er is een geweldig mooie website – in het Engels, doe je best! – over Harry Potter. Je kunt er veel informatie vinden over Harry Potter, maar een beetje rondkijken en alle tekeningen bestuderen, is ook al een feest. Veel magisch plezier met Harry Potter!

TIP 2
Deze is voor de middenbouwers:
Als ik zeg ‘Wakkabakkaboe!’ Wat zeg jij dan?
Heel goed!
Foeksia!
Op de website van Uitgeverij Leopold kun je prachtige kleurplaten downloaden van de magische miniheks. Heb je geen printer? Geeft niks. Met behulp van die kleurplaat kun je haar vast wel natekenen. Da’s nog veel knapper dan een kleurplaat inkleuren!
Oh ja! Je kunt er ook de Kwarkdans leren. Ik zou zeggen: maak er een filmpje van voor je gymjuf of -meester, dan kun je gym ook meteen afvinken voor deze week. Wakkabakkaboe!

TIP 3
Deze is voor de onderbouwers (vooruit: ook voor de middenbouwers):
Heb jij wel eens gehoord van de boze heks?
Dan weet je vast wel dat er boeken vol verhalen over haar zijn.
Maar…
Er zijn ook verhalen over de boze heks die NIET in boeken staan. Magisch, hè!
Die verhalen staan alleen op internet. Ik geef je hier de link: Boze Heks. Misschien wil je grote broer of zus (of iemand anders natuurlijk) je voorlezen.

TIP 4
Hoi groep 1 en 2! Voor jullie heb ik ook een magische tip:
Bookabooka!
Dat klinkt als een toverspreuk, toch?
Is het ook!
En een app.
Waar de mooiste prentenboeken aan je worden voorgelezen. (Misschien over een poosje ook wel een prentenboek van mij 😉 )
Vraag maar aan papa of mama of je hem mag downloaden.

TIP 5
Vooruit, voor de ouders vandaag ook een tip.
Kies een goed moment en een geschikt plekje, bijvoorbeeld met een kopje thee samen op het balkon in de namiddag, tijdens de afwas of tijdens het naar bed brengen.
Vraag uw zoon of dochter wat hij of zij zou toveren, als dat zou kunnen. Let op! Neem het antwoord serieus en vraag dóór: hoe zou dat er dan uitzien, wat zou jij dan doen, hoe zou jij je dan voelen enz. Vertel daarna ook wat u zou willen toveren en waarom.
Leuk om te doen?
Verzin er dan ook een toverspreuk bij!
Hokuspokusinmijnsas, ik wou dat het coronavirus verdwenen was!

Het is weekend en dus tijd om avonturen te verzinnen. Dat kan best prima thuis. Het is een kwestie van ‘je perspectief’ veranderen.
Huh?
Ja.
Hoe dan?
Simpel: Ga eens op andere plekken staan of zitten.
Of: bekijk al die gewone plekken eens door een andere bril. Een piratenbril. Een dierenbril of een westernbril, bijvoorbeeld. Veel verzinplezier!

TIP 1:
Klim in een boom. Doe alsof je een eekhoorn bent. Kijk om je heen. Snuffel in de lucht. Spits je oren. Loert er gevaar? Ligt er nog ergens een lekker knabbelnootje verstopt? Zwiert je eekhoornvriendje boven je van tak naar tak? Verzin het maar!

TIP 2:
Klim op een hek. Je hek is het paard. Jij bent een cowkid, midden op de prairie. Welk avontuur draaf je tegemoet? Verzin het maar! Hortsjik!

TIP 3:
Klim op het bed van je ouders. Het bed is je schip. De vloer eronder is de ruige zee, met haaien erin, het plafond een inktzwarte lucht. Het gaat stormen! Strijk de zeilen en verzin je eigen zeeroversavontuur!

TIP 4:
Klim op het dak van een schuurtje en ga er heerlijk zitten picknicken en de wolken bestuderen.

TIP 5:
Doe het veilig! Denk niet, zoals Madieke van het rode huis, dat je kunt vliegen, want dan loopt het verkeerd met je af…

TIP 1: GEDICHTEN VAN KATE
Op het instagramaccount @kate.leest van Schoolschrijver Kate Schlingemann kun je haar de prachtigste gedichten horen voordragen. Wil je zelf een gedicht voordragen? Stuur je filmpje van maximaal 60 seconden naar kate.leest@gmail.com

TIP 2: OUDERS ZIJN HEEL EH… BIJZONDER
Zeg eens eerlijk: Verbaas jij je soms ook zo over je ouders? Nu je ze dag en nacht om je heen hebt, valt je misschien pas goed op hoe raar ze eigenlijk zijn. Met al hun gewoontes, trekjes en nukken. Niet te doen, toch? 
Gijs de Bruin, de hoofdpersoon uit Normale ouders gezocht, vindt zijn ouders ook verschrikkelijk eh… apart. Marlies Slegers leest je stukjes voor uit dit grappige boek via haar YouTubekanaal.

TIP 3: HOUSEPARTY FAIRYTALE
– Kies een sprookje met minstens acht personages (Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje). 
– Eén of twee kinderen herschrijven het sprookje tot toneelstuk. (Op internet kun je vinden hoe dat moet, bijvoorbeeld op deze website.) Ze zorgen er ook voor dat de anderen die tekst krijgen, zodat ze hun rol kunnen bestuderen.
– Kies een verteller en verdeel de rollen.
– Installeer Houseparty en zorg dat je allemaal tegelijk online bent.
– Zet een attribuut op je hoofd dat past bij je rol (de verteller kan een bril opzetten, een dwerg een kaboutermuts, de heks een heksenneus) of zet een voorwerp in beeld dat past bij je rol (een bordje en een bekertje voor de dwergen van Sneeuwwitje, de laars van je vader voor de reus uit Klein Duimpje, je kat voor De Gelaarsde Kat… of de laars van je vader weer, natuurlijk 🙂 )
– De verteller begint: ‘Er was eens…’ Hij of zij vertelt de vertellerstekst van het sprookje. 
– De personages zeggen natuurlijk hun eigen tekst!

TIP 4: STOP MOTION VERHAAL
Kies een verhaal uit een boek of een verhaal dat je zelf geschreven hebt. Bouw van lego of play mobil het decor van het verhaal na en kies voor iedere persoon die in het verhaal een rol speelt, een poppetje. Speel nu het verhaal na.
Maar.
Niet.
Te.
Snel.
Van iedere beweging die de poppetjes maken, maak je een foto. (Dat worden er dus best veel.) Die foto’s plak je aan elkaar. Uit eindelijk heb je zo je eigen verhaal verfilmd!
Deze link geeft je meer informatie over hoe je je verhaal zelf kunt verfilmen.

TIP 5: ALFABET 2.0
Ons schrift hebben we van de Romeinen. Maar de Romeinen waren niet de eersten die schreven. Kijk maar eens op de afbeelding hieronder. Daar zie je het alfabet van veel andere, soms nog oudere volkeren.
Kun jij je eigen alfabet verzinnen, zeg maar een ‘alfabet 2.0’? Schrijf eerst alle 26 letters onder elkaar op een blaadje. Zet je eigen, nieuwe letters in een kolom ernaast.
Schrijf op een ander blaadje een leuk bericht aan een klasgenoot. Maak foto’s van je alfabet en je bericht en app of mail ze aan je klasgenoot.

De eerste tip van vandaag is een herhaling van de vijfde tip van gisteren, een beetje voor de allerliefste kinderen van Rotterdam (dat zijn de kinderen van OBS Delfshaven, natuurlijk), maar ook voor alle andere kinderen van Nederland en Vlaanderen.
De andere zijn een beetje bekend, maar óók een beetje nieuw!

TIP 1: KLEIN MAAR FIJN
Rien Poortvliet woonde vroeger in het dorp waar ik nu woon. (Is dat toeval? Ik denk het niet.) Hij wist alles van kabouters. Dat ze mensenschuw zijn, bijvoorbeeld. Ze laten zich bijna nooit zien. Maar wel aan Rien!
Boeken schreef, eh tekende, hij erover vol. Kijk maar eens op het plaatje hieronder.
Volgens Rien waren er zes soorten kabouters: boskabouters, duinkabouters, tuinkabouters, huiskabouters, boerderijkabouters, siberische kabouters.

Het is al lang geleden dat Rien dit allemaal onderzocht en ontdekte. Ik verwacht dat jij wel een nieuwe kaboutersoort kunt ontdekken in deze stille tijden. Een galerijkabouter, bijvoorbeeld. Of een voetbalveldkabouter. Een cafékabouter, een bioskabouter…
Teken de nieuwe kaboutersoort en schrijf er alles over op. Wil je het resultaat aan me laten zien? Super! Je weet me te vinden…

TIP 2: AFLUISTEREN MOET SOMS
‘Afluisteren moet soms’ is een zinnetje uit mijn nieuwe boek, Het geheim van het dierenasiel, dat aan het eind van deze maand verschijnt.
Ik zou soms best graag gesprekken willen afluisteren, ook al weet ik best dat het eigenlijk niet fatsoenlijk is.
Wat voor soort gesprek zou jij willen afluisteren? Wie zouden er deelnemen aan het gesprek? Verzin hoe dat gesprek kan gaan. Schrijf een toneeltekst van dat gesprek, dus zo:

mama: Kan ik even met je praten over het zakgeld van ons kind?
papa: Goed idee! Het geld groeit me namelijk niet op de rug.
mama: …

TIP 3: WAAR? ONZICHTBAAR!
Stel, je had een onzichtbaarheidsmantel 2.0. Dus niet zo-een als Harry Potter, waarbij je moet oppassen dat er toch niet stiekem een van je voeten onderuit steekt en waar ieder kuchje en zuchtje doorheen komt.
Nee, een véél betere. Met 100% garantie op onzichtbaarheid én virusproof! Waar zou je heen gaan? Naar je beste vriend? Naar de koning en de koningin? Naar de MacDonalds?
Wat zou je daar willen zien en horen? Wat zou je daar gaan doen? Een goeie grap uithalen? Slapen in een koninklijk bed? De hele nacht frietjes bakken en McFlurry’s eten? Laat het me weten!

TIP 4: STOP MET LEZEN!
Ben je net begonnen in een nieuw boek? Stop op pagina 35 even met lezen. Vraag je af hoe het verhaal verder zal gaan en hoe het zal aflopen. Schrijf het op in 200 woorden. Lees je boek dan lekker in één ruk uit.
Kijk nog eens naar je voorspellingen. Heb je gelijk gekregen?

TIP 5: PENVRIENDEN
Toen ik net zo oud was als jij, was het heel normaal om penvriend(inn)en te hebben. Ik had er altijd wel een stuk of twee!
Meestal hield ik ze over aan een zomervakantie: ik ontmoette hen op een camping in Frankrijk waar ik kampeerde met mijn ouders en broertje. Twee of drie weken speelden we dag in dag uit met elkaar en daarna moesten we naar huis. Natuurlijk woonden mijn nieuwe vrienden en vriendinnen in een ander deel van Nederland en daarom spraken we af penvrienden te blijven.
Een penvriend is een hele goed vriend of vriendin die je niet zo vaak ziet. Bijvoorbeeld omdat diegene ver weg woont. Of omdat je zoveel mogelijk thuis moet blijven vanwege het coronavirus…
Met penvrienden houd je contact door brieven te schrijven. ‘Pennen’ is een ander woord voor ‘schrijven’. 
In een brief vraag je altijd eerst hoe het met de ander gaat. Daarna vertel je uitgebreid en zo grappig of gevoelig of ernstig mogelijk over wat je zelf hebt beleefd. Daarna versier je de brief. (Geef bijvoorbeeld alle hoofdletters een leuk kleurtje, of maak een mooi kader langs de randen, of kleur de hele brief met lichtjes in met potlood. Lentekleuren als geel en lila geven een mooi effect. Stickers plakken mag ook!) Als je foto’s hebt, stuur je die mee. Je eindigt je brief natuurlijk met: Schrijf je gauw terug?



TIP 1: SPANNENDE ONTKNOPING
Hoe een verhaal afloopt, dat noem je de ontknoping. Vandaag om 14:00 precies kun je kijken en luisteren naar het laatste deel van Huisarrest op de website van De Schoolschrijver. Hoe gaat het verder met de kinderen van het pleintje? En met mevrouw Citroen? Kunnen de kinderen haar op de een of andere manier de verhalen geven, die het schrijfmeisje heeft opgeschreven? Zal ze weer beter worden…?

TIP 2: BESTE HOOFDPERSOON
Vandaag is het minder mooi weer. Misschien heb je aan het eind van de middag, als je klaar bent met je schoolwerk en buiten een frisse neus hebt gehaald, wel even zin om te netflixen. 
Weet je wat je daarna kunt doen? Een brief schrijven aan de hoofdpersoon uit de serie of film die je gekeken hebt. Vertel hem of haar wat je leuk, bijzonder of knap vindt en vertel wat zou jij hebben gedaan als jij in zijn of haar situatie had gezeten. 

TIP 3: de APPel valt niet ver…
Kijk eens even naar (een foto van) je moeder. 
En dan naar (een foto van) je vader. 
En kijk tot slot eens in de spiegel.
Wat denk je dan? 
Juist!

De APPel valt niet ver van de boom.

Stuur elkaar whatsapp de mooiste, leukste, of eigenaardigste spreekwoorden toe. 
Ken je geen spreekwoord? Zoekt (op internet) en gij zult vinden. 

TIP 4: WIE KRABT WAT WAAR?
Tijd voor een iets actiefs, zónder dat je moeder gaat gillen dat de woonkamer geen sporthal is.
1. Surf naar de tongbrekerssite
2. Kies een tongbreker uit en onthoud hem goed. 
3. Ga naar je moeder en zeg de tongbreker hardop. Net zo lang totdat zij hem ook kent. (Of… toch gaat gillen…)

TIP 5: KLEIN MAAR FIJN
Rien Poortvliet woonde vroeger in het dorp waar ik nu woon. (Is dat toeval? Ik denk het niet.) Hij wist alles van kabouters. Dat ze mensenschuw zijn, bijvoorbeeld. Ze laten zich bijna nooit zien. Maar wel aan Rien!
Boeken schreef, eh tekende, hij erover vol. Kijk maar eens op het plaatje hieronder.
Volgens Rien waren er zes soorten kabouters: boskabouters, duinkabouters, tuinkabouters, huiskabouters, boerderijkabouters, siberische kabouters.

Het is al lang geleden dat Rien dit allemaal onderzocht en ontdekte. Ik verwacht dat jij wel een nieuwe kaboutersoort kunt ontdekken in deze stille tijden. Een galerijkabouter, bijvoorbeeld. Of een voetbalveldkabouter. Een cafékabouter, een bioskabouter…
Teken de nieuwe kaboutersoort en schrijf er alles over op. Wil je het resultaat aan me laten zien? Super! Je weet me te vinden…