Het Schoolschrijvereffect over de grens

De schuifdeuren gaan open. Nog vóór ik mijn eerste stap zet in de aankomsthal van El Prat, de airport van Barcelona, hoor ik twee kinderen roepen: ‘Daar is De Schoolschrijver!’
Ik kus de moeder van de kinderen op z’n Spaans twee keer en dan nog één Hollandse keer want ik schakel niet snel genoeg. Lachend wijs ik naar de tas die ik om mijn schouder heb hangen. Ik heb het logo van De Schoolschrijver er in koeienletters op laten zetten. Ik snap het al!
Ze schudt haar hoofd. ‘Ze herkenden je gewoon meteen!’
Grinnikend om het feit dat ik in Spanje dus beroemder ben dan in Nederland – ik word nooit herkend op straat – loop ik achter haar aan naar de parkeergarage. We krijgen een lift naar het hotel.
Ik ga achterin de auto zitten, knus tussen de kinderen in. Het meisje wil later ook schrijfster worden. Ze stelt honderd-en-één vragen. Over schrijven, over lezen.
Haar broertje komt er niet tussen, maar daar weet hij wel wat op. Hij pakt mijn hand vast en laat hem de hele rit niet meer los.

De volgende ochtend, het is zaterdag, is het zover. Om half tien begint mijn eerste les. ‘Nu praten we Nederlands,’ hoor ik een leerkracht bij de ingang van de Oranjedijkschool tegen de leerlingen zeggen.
Samen met haar collega heeft ze slingers opgehangen. En alle kinderen krijgen een cadeautje: chocoladepotloodjes uit de Barcelonese HEMA. Ik hang mijn sjerp om. Het is feest!

De hele dag door vertel ik in alle groepen (5 t/m voortgezet onderwijs) over schrijfgeheimen, fantasie, taal, lezen, schrijven, fouten maken (is niet erg!) en een klein beetje over mezelf. We verzinnen fabeldieren, maken in groepjes lekker gekke zinnen en analyseren een verhaalfragment.
‘Magisch,’ vindt een leerkracht.
Ik hoor dat ze genoten heeft.
‘Leuk!’ roepen de jongste leerlingen.
Ik zie oneindig veel verhalen in hun glanzende ogen.
‘Dus zo zit dat met schrijvers en hun boeken,’ zegt een middelbare scholier.
Tevreden slaat hij zijn armen over elkaar.

Dát is dus het Schoolschrijvereffect.
Vanaf nu óók internationaal!