Lievelingsverhaal

Wat er gebeurde toen De Schoolschrijfster na vijf maanden – eerst was er nog school, toen een heeeeele lange zomervakantie,  alle posters met haar hoofd erop waren natuurlijk al lang in de kliko verdwenen, de leerlingen zaten allemaal een groep hoger in een ander lokaal bij een andere leerkracht en waren allemaal minstens drie centimeter gegroeid – weer eens terugkwam op de haar oude Schoolschrijverschool?

Dit:

Het plein lag er prachtig bij in het herfstzonlicht. De stemmen van de buitenspelende kinderen klonken uitgelaten – De Schoolschrijfster houdt van het geluid van schoolpleinen, wordt er vrolijk van! – en de conciërge hield vaderlijk de wacht bij de poort. Een paar moeders kwamen de school uit. Gekleurde hoofddoeken, een vriendelijke en bescheiden glimlach om hun mond.

De Schoolschrijfster zette één voet op het trapje voor de poort en ze wist: Nog een halve tel voordat ik ophoud er niet meer te zijn. Nog een halve tel word ik niet opgemerkt, hoor ik bij het vorige schooljaar, een ver verleden, een totaal ander tijdperk. Nog een halve tel is geweest, wat is geweest.

Ze zette haar andere voet op de trap.

‘Hé? … Schoolschrijfster?’ Een jongetje zag haar het eerst. ‘De Schoolschrijfster!’ Meteen volgde de rest.
‘Ik zie de Schoolschrijfster!’
‘De Schoolschrijfster is er weer!’
‘Oooooh, Schoolschrijfster!’
‘Wat fijn dat u er bent!’
‘Komt u terug?’
‘Ik heb u zo gemist, juf!’
“Ik ook! Ik heb u ook gemist. Ik wil u knuffelen!’
‘Ik wil u ook knuffelen!’
‘Wat gaan we doen?’
‘Gaan we weer wat leuks doen?’

De Schoolschrijfster kon de conciërge nog net begroeten voordat ze werd omsingeld door de liefste kinderen, begroet, omhelsd, toegejuicht. Ze kreeg het er warm van en ze wist:

Een Schoolschrijver wordt niet vergeten, maar opgeslagen in hoofden en harten als een lievelingsverhaal.