Geletterdheid

De tweedejaars studenten van de Pabo in Deventer vielen behoorlijk stil toen René Berends vanochtend tijdens een conferentie over Laaggeletterdheid op de Hogeschool Saxion in Deventer wat cijfers uit de doeken deed. Er zijn 2,5 miljoen laag geletterden in Nederland, dat is één op de zes mensen. 18% van de leerlingen van het MBO heeft moeite met lezen en schrijven. In Amsterdam en de regio er omheen is meer dan 16% van de mensen laag geletterd. Er zijn drie landen in de wereld waar kinderen een grotere hekel hebben aan lezen dan in Nederland; we staan dus vierde van onderen als het gaat om leesplezier.
Laag geletterden lopen meer risico’s als het gaat om persoonlijke problemen (onzekerheid, depressie), gezondheidsproblemen (omdat ze bijvoorbeeld bijsluiters niet kunnen lezen) en problemen op de arbeidsmarkt (in welke baan moet je nou niet eens een formulier invullen of notulen lezen?).
Een meisje voor me fluisterde geschokt tegen haar buurvrouw: ‘Maar ze kunnen toch wel gewoon praten?’

Tijdens de conferentie mocht ik twee keer een workshop geven over mijn werk als Schoolschrijver. Verhalen verbinden en versterken, dat was mijn motto. Alle kinderen taalsterk was de missie. Dat ze mij als kinderboekenschrijfster niet kenden, verwonderde me niet. Maar dat de blikken her en der ook glazig werden bij de namen ‘Janneke Schotveld’, ‘Gideon Samson’ en ‘Selma Noort’, vond ík dan weer schokkend.

Onderweg naar huis hoorde ik op Radio 1 een item over ‘vertaalkinderen’: kinderen die voor hun ouders voortdurend gesprekken vertalen (als de ouders geen Nederlands spreken) of teksten lezen (als de ouders niet kunnen lezen en schrijven). Een vertaalkind diste een verhaal op over hoe ze het na een tien-minuten-gesprek op school voor elkaar kreeg haar ouders breed glimlachend te laten vertrekken terwijl de leraar zojuist had uitgelegd dat ze geen klap uitvoerde in de les. Ze kon er gelukkig zelf wel om grinniken.

Klank en letter.
Water en lucht.
Adem in.
Spreek uit.
Sla op.
Schrijf op.
Laat ze stromen.