Het L-woord

Laag.
Onze hond Patou gaat direct plat op de grond, zodra ze dit commando hoort. Braaf en slaafs als ze is, kent ze haar plek. Aan mijn voeten. Op de grond. Letterlijk: laag.
Ze weet héél goed wat er tegenover staat. Een groot compliment, een aai over haar kop, een bak vol brokjes en als het vrouwtje echt een dolle dag heeft, een kluif. Het woord ‘laag’ doet haar dankbaar kwispelen.

Maar mensen zijn geen honden. En nu de zomer voorbij is, de scholen en het academische jaar beginnen aan een nieuw jaar vol uitdagingen, breekt ook de Week van de Alfabetisering weer aan, waarin er veel aandacht is voor het belang van lezen en schrijven en de achterstand die maar liefst 2,5 miljoen mensen in Nederland hebben op dit vlak.
Frits Spits sprak afgelopen zaterdag (1 september) hierover met zijn gasten in zijn radioprogramma De Taalstaat. Het ging  over laaggeletterdheid én over laagopgeleiden. En daar had je dat woord weer.
Laag.

Praktisch opgeleid
Frits Spits vroeg zich af of er geen alternatief is, met name voor het woord ‘laagopgeleid’, dat voor het zelfvertrouwen van mensen desastreus is.
Goed nieuws: dat is er! Marianne Zwagerman heeft het al voor ons bedacht: zij maakt onderscheid tussen praktisch en theoretisch opgeleiden, in plaats van tussen hoog- en laagopgeleiden. Want mensen zijn geen honden.

Taalsterk
Komend najaar ga ik veel op pad voor De Schoolschrijver, zoals je in mijn agenda kunt zien. Samen met mijn collega’s bezoek ik scholen (ook in het buitenland, ook scholen voor kinderen met een beperking, ook scholen voor nieuwkomers, al-les!) om de laaggeletterdheid aan te pakken. Met verhalen en gedichten stimuleren we de kinderen in hun taalontwikkeling.

Alle mensen op deze planeet houden van verhalen. Mensen die niet van verhalen houden, bestaan niet (net als honden die niet van kluiven houden). Iedereen kent wel een verhaal, gedicht of een lied. Uit een boek of een bundel, of gewoon: uit zijn hoofd of hart, familie of straat.
Als Schoolschrijver kán ik gebruik maken van gedrukte teksten op papier, maar ik ben er zeker niet van afhankelijk. Verhalen kunnen namelijk weliswaar gelezen of geschreven worden, maar ook getekend, verfilmd, uitgebeeld, gezongen of verteld. Ook dat helpt allemaal bij taalontwikkeling.
Niks laaggeletterd, wég met dat L-woord.
Taalsterk maken we ze!

Een vriendin van me zegt als ze ergens heel verheugd over is altijd gekscherend: ‘Als ik een staart had, zou ik kwispelen!’ Voor mijn werk jat ik die quote graag van haar. De zomer is voorbij, de Week van de Alfabetisering is begonnen. Had ik nu maar een staart! Dan zou ik kwispelend weer aan het werk gaan.