Oftewel:

  • waar
  • wanneer
  • met welke rituelen en
  • technieken

In groep 8 ga ik proberen antwoord te geven op deze vragen.

Hieronder zie je een stripgedicht, geschreven door Edward van de Vendel en getekend door Floor de Goede. Ik gebruik ze voor mijn Schoolschrijverlessen. Er zijn ook filmpjes van!

 

Tijdens een workshop van Hans en Monique Hagen leerde ik dit citaat:


Een poosje daarna las ik in de Poëziegids toevallig een les over gedichten over de zee en toen was één plus één drie. Inspiratie is vaak een combinatie met je eigen sausje erover, toch?

Zo kwam het dus dat ik in groep 4 aan de slag ging met gedichten over de zee. En dat we ons eigen gedicht in een glazen potje stopten of het erop plakten en dat vervolgens met crêpepapier omtoverden tot een minizee.

Kunst!

Volgende week begint De Schoolschrijver aan haar achtste editie van het intensieve traject. Ooit begon het met een prachtig, kleinschalig initiatief van directeur Annemiek Neefjes en auteur Lydia Rood. Vanaf 22 januari a.s. zijn tientallen kinderboekenschrijvers gedurende een half jaar verbonden aan basisscholen in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, maar ook in de provincies Groningen en Friesland.
Wat gaat dit lopende vuurtje doen?

Taal- en verhaalvlammetjes aanwakkeren en oppoken. De fik erin!
Samen met de leerlingen verwonderen de schrijvers zich over woorden, wezens, wensen en waarheden, over alle mogelijke werelden.
Over anderen, over elkaar, over zichzelf.
En dan?
Dan wordt de woordenschat van die kinderen groter, wordt hun fantasie geprikkeld en nemen hun leesplezier en zelfvertrouwen toe. En dát zie je op een positieve manier terug in álles wat ze doen, denken en zeggen op school en daarbuiten.

Ik ben één van de schrijvers die vanaf volgende week gaat vlammen. El Kadisia wordt mijn school, groep 4 wordt mijn groep. De kinderboeken en dichtbundels liggen klaar. Er is een vitrine, een boekenkast. Er zijn werkmappen in alle klassen. Er zijn knutselspullen. Er is een rooster, er is een brievenbus en er komt een officiële opening waar ik N.I.K.S. van mag weten (spannend! leuk!).
Volgens mij verlangen de kinderen en juffen er net zo vurig naar als ikzelf!

Meedoen?
Dat kan op allerlei manieren: intensief, eenmalig of een maand, online… maatwerk staat voorop. Kijk voor meer informatie op de website.

De Fashion Academy, mijn eerste serie, is compleet!

De eerste twee waren een tweeling; nummer drie en vier kwamen precies negen maanden na elkaar. Ze lijken op elkaar, qua uiterlijk (knap stel, toch?), maar ook in de karakters zitten veel overeenkomsten. Toch zijn ze allemaal anders en vullen ze elkaar goed aan.  Kortom: ik ben er trots op, zoals een moeder op haar kinderen.

Het voelt ook gek; leeg. Niksig.
Dat hoort zo als na een creatief proces het doek valt, dus niks aan de hand.

Ik ruim de rommel op van mijn bureau en maak er nieuwe rommel bij. Ouwe kladjes kunnen weg, nieuwe worden vol gekriebeld en gekrabbeld, in de hoop dat er een boek (of weer een serie!) uit ontstaat.

En ondertussen heb ik heel veel zin om bij scholen langs te gaan en te vertellen over mijn serie. (Inderdaad, zoals een moeder niets liever doet dan over haar kinderen praten 😉
Of over mijn andere boeken, natuurlijk.

Je kunt me boeken via de Schrijverscentrale.
(Ja, óók voor groep 3 en 4, want die houden hééél erg veel van Lego Nexo Knights en daar weet ik toevallig ook wat van!)

Doen hoor!
Vinnik gezellig.

De Schoolschrijver is genomineerd voor de ALMA; de nobelprijs voor de jeugdliteratuur, vernoemd naar Astrid Lindgren.
Het is natuurlijk geen nieuws als ik zeg dat Astrid Lindgren mijn heldin is. Samen met Annie, Sjoerd, Roald e.v.a. inspireert ze mij (en heel veel andere auteurs) bij het uitbroeden van mijn verhalen.

Vroeger wilde ik Astrid worden; ik wilde ‘later’ Zweeds studeren, in Stockholm wonen, een kind krijgen dat Lars heette en heel veel mooie boeken schrijven.
Tegenwoordig verslind ik nog steeds alle literatuur die ik van en over haar kan krijgen, niet in het Zweeds, want dat staat nog op mijn bucketlist, maar voor een biografie in het Duits of Engels deins ik zeker niet terug. Ik ben in Vimmerby geweest, in Junibacken en ik ga zelfs regelmatig bij haar op bezoek. Virtueel.

Ik loop door Gamla Stan, een oude, statige wijk in Stockholm waar de ondergaande zon ’s avonds alle gevels roze kleurt, ik weet precies waar ik moet zijn. Dalagatan 46, boven het restaurant met de rode zonwering.
Daar is het.
De deur naar de portiek is zwaar en log, ik duw hem open en neem de trap en open de voordeur van het appartement. In het halletje hang ik mijn jas op. Dan loop ik door naar de eetkamer, in het hart van het appartement. Van daaruit kan ik naar de zitkamer, waar ik smul van de kunst aan de muur, de goedgevulde boekenkasten her en der en natuurlijk de typisch Zweedse vloerkleden. In een zijkamertje werkt Astrid Lindgren.
In opperste  concentratie.
In mijn verbeelding.

Met een druk op de knop ben ik weer in mijn eigen werkkamer. Hej då, Astrid, het was me weer een waar genoegen. Ik pak mijn schrijfwerk weer op, tref voorbereidingen voor mijn les Nt2 en denk na over januari, als De Schoolschrijver weer van start gaat.

Ik vraag me af wat Astrid Lindgren van De Schoolschrijver zou vinden. Zij nam het altijd op voor kinderen; ook als ze opvoeders daarmee tegen de haren in streek, of júíst dan. Ze heeft trouw gecorrespondeerd met kinderen en tieners die het moeilijk hadden en gestreden voor een betere, vreedzame samenleving voor mens en dier.
Voor het kind.

Ik heb het vermoeden dat ik, als één van de vele Schoolschrijvers (met nog slechts vijftien geschreven boeken), toch tenminste in het kleinste puntje van haar langste schaduw op een mooie, Zweedse avond sta. Samen met de andere Schoolschrijvers zet ik me in voor kinderen. We willen hen taalsterk maken, meer leesplezier geven en on top of it all meer zelfvertrouwen. We willen dat ze  kansrijker en gelukkig worden.
Ik denk dat Astrid Lindgren ons werk zeker goedgekeurd zou hebben en ik vind het geweldig fijn in dat puntje van haar schaduw.

In maart 2018 wordt de ALMA uitgereikt.

 

Klopt het dat jij zaken als onderwijs, kunst en cultuur Heel Belangrijk vindt? Voor je kind, voor iedereen eigenlijk? Klopt het dat je vindt dat je kind, iedereen eigenlijk, récht heeft op die zaken, dat hij er een slimmer, beter en breder ontwikkeld mens van zal worden? Vind jij ook niet dat slimmere, beter en breder ontwikkelde mensen zullen zorgen voor een bloeiende welvaartsmaatschappij?
En: klopt het dat jij voor je werk eerlijk betaald wilt worden? (1 uur hard werken = 1 uur geld verdienen, dus)

Houd dan nu je neus goed vast, want ik ga hem op enkele freelance-en-zzp-feiten drukken. Ik put daarbij uit mijn eigen ervaring en die van bevriende collega’s, allemaal werkzaam in de onderwijs-, kunst- en cultuursector:

  •  Potentiële opdrachtgever wil je ‘ontzettend graag’ spreken, want je profiel past zo goed bij het werk dat hij te bieden heeft.
    Dus daar zit je, ambitieus en gevleid. Na een uitgebreid en vrij concreet gesprek komt eindelijk het geld ter sprake. De potentiële opdrachtgever geeft aan je goed te zullen betalen. Wel 35 euro per uur! Ja, dat is inclusief reiskosten, -tijd én voorbereiding.
    Wanneer je precies kunt beginnen en voor hoeveel uur per week? Ai, het eerste is nog niet helemaal duidelijk en het tweede kan per week wisselen. Potentiële opdrachtgever gaat ervan uit dat je dat begrijpt en je flexibel zult opstellen.
  • Via-via kom je in contact met een groot Nederlands bedrijf. Een commerciële gouwe ouwe; we kunnen met z’n allen geen dag zonder! Of je een training wilt verzorgen.
    Graag! Dat is immers je werk, daar heb je voor doorgeleerd en avonden lang tot in de late uurtjes een boek over geschreven. Enthousiast wacht je af met wat voor tarief het prachtige, succesvolle bedrijf zal komen.
    30 Euro per uur. Natúúrlijk is dat inclusief voorbereidingstijd! (Wat een vraag…) Je geeft subtiel aan dat je zzp’er bent. Dat je zelf je pensioen moet regelen en zo.
    Het bekendste, grootste bedrijf van Nederland in z’n soort gaat in beraad en belooft bij je terug te zullen komen met een nieuw voorstel, een ‘zzp-tarief’.
    Een paar dagen later is het zover.
    24 Euro!
  • Je netwerkt er als zzp’er natuurlijk op los. Zo volg je eens een workshop van een stichting die werk doet waar je hart sneller van gaat kloppen. Waarvan je zéker weet dat het jou zal liggen. Jou moeten ze hebben! Er is een leuke klik, dus een aantal weken later zit je samen om de tafel.
    Jij hebt die middag helemaal vrijgehouden (dan maar geen geld verdienen; dit gaat even voor!) en vraagt verheugd wat je zou kunnen betekenen.
    De opdrachtgever schuift een flyer naar je toe waarop informatie staat over een twee jaar durende opleiding. Kosten: 4800 euro. Of je die eerst volgt.
    En dan? vraag je hoopvol. Krijg ik daarna van jullie locaties toegewezen waar ik dat fijne werk kan gaan uitvoeren? Er wordt beslist nee geschud. Acquisitie is vanzelfsprekend ook onderdeel van je takenpakket.
    Maar eerst even die opleiding, dus. Betalen mag in termijnen, hoor!
  • Of je ergens een optreden wilt verzorgen. Zeker wel! Leuk! Wat levert het op? Nou ja, kijk, dat zit zo, je moet het zien als ‘free publicity’. Mooi toch?! Heel waardevol, hoor! Krijg je naamsbekendheid van en alles.
    Vooruit, reiskosten mag je  indienen. Tweedeklas hè. En je krijgt ook iets van een boekenbon of zo. Voor de moeite.
    Je gaat overstag. Treedt op. Krijgt applaus. Fotomoment hier, fotomoment daar.
    Daarna rept niemand met één woord meer over die boekenbon-of-zo.
  • Op vrijdagavond belt een bevriende collega: ‘Er is stress bij de uitgeverij. Ze hebben niet goed in hun planning gekeken. Begin volgende week moet er een vertaling af zijn. Kunnen wij dat fixen?’
    Je pakt je partner eens stevig vast, overlaadt hem met duizend kusjes en zegt: ‘Sorry lieverd, dit weekend ben ik er niet voor jou en onze drie kinderen en de hond en de sportwedstrijden en het familiebezoek en het onkruid in de tuin en de boodschappen en de zeven volle wasmanden.’
    Daarna sluit je je op met een pot sterke koffie en alle te vertalen bestanden. Je vertaalt en vertaalt en vertaalt en haalt samen met je collega die deadline. BAM!
    Waarop de uitgever per mail reageert met een dankjewel en in dezelfde zin aangeeft dat het tarief trouwens veranderd is. Pardon, gehalveerd.
  • Je legt wat geld neer om een congres te kunnen bezoeken. Op zaterdag, wat een geluk, dan hoeven er tenminste geen kantooruren te sneuvelen.
    Eenmaal daar word je direct aangesproken door een jou totaal onbekende collega: ‘Ik weet waarom jij dit werk kunt doen.’
    O ja?
    ‘Omdat je vent een vaste baan heeft!’
    De dame met mensenkennis is van een comité dat ervoor wil zorgen dat er een einde komt aan de uitbuiting in jullie beroepsgroep.
    Uitbuiting? Je knippert even met je ogen. Je zwaait naar twee collega’s die zojuist gratis een workshop gaven en daarvoor samen één treinkaartje mogen declareren. Langzaam valt er een kwartje.

Freelance taaldocenten en zzp’ers die werkzaam zijn in de kunst- en cultuursector hebben meestal een hbo-opleiding of universitaire studie genoten en schrijven zich regelmatig in voor cursussen, workshops, congressen en dergelijke om hun didactische en creatieve vaardigheden nog verder te ontwikkelen.
Zij zijn geen hobbyisten, maar hoog opgeleide specialisten.
Zíj zijn degenen die ervoor zorgen dat jouw kind, iedereen eigenlijk, zich maximaal kan ontwikkelen, dat er taal- en verhaalrijkdom is in dit land.
Heel Belangrijk!
Hun vak is weliswaar hun passie, maar ze kunnen echt-echt-echt niet leven van die liefde, een boekenbon of drie tientjes per uur. Er hoort een fair uurloon tegenover te staan, net zoals jíj dat verdient.
Een Amerikaanse kunstenaar zei het ooit al: ‘Inspiratie is voor amateurs. De rest van ons staat ’s ochtends gewoon op en gaat aan het WERK.’

Ter lering ende vermaeck:
– Alles onder de 50-55 euro per uur is voor een zzp’er te slecht betaald om een fatsoenlijk bestaan te leiden. Bron: Comité Nt2.
– Tjitske Jansen schreef in het AD van 7 oktober een column over dit onderwerp, getiteld: Afscheid.