De Fashion Academy, mijn eerste serie, is compleet!

De eerste twee waren een tweeling; nummer drie en vier kwamen precies negen maanden na elkaar. Ze lijken op elkaar, qua uiterlijk (knap stel, toch?), maar ook in de karakters zitten veel overeenkomsten. Toch zijn ze allemaal anders en vullen ze elkaar goed aan.  Kortom: ik ben er trots op, zoals een moeder op haar kinderen.

Het voelt ook gek; leeg. Niksig.
Dat hoort zo als na een creatief proces het doek valt, dus niks aan de hand.

Ik ruim de rommel op van mijn bureau en maak er nieuwe rommel bij. Ouwe kladjes kunnen weg, nieuwe worden vol gekriebeld en gekrabbeld, in de hoop dat er een boek (of weer een serie!) uit ontstaat.

En ondertussen heb ik heel veel zin om bij scholen langs te gaan en te vertellen over mijn serie. (Inderdaad, zoals een moeder niets liever doet dan over haar kinderen praten ūüėČ
Of over mijn andere boeken, natuurlijk.

Je kunt me boeken via de Schrijverscentrale.
(Ja, óók voor groep 3 en 4, want die houden hééél erg veel van Lego Nexo Knights en daar weet ik toevallig ook wat van!)

Doen hoor!
Vinnik gezellig.

De Schoolschrijver is genomineerd voor de ALMA; de nobelprijs voor de jeugdliteratuur, vernoemd naar Astrid Lindgren.
Het is natuurlijk geen nieuws als ik zeg dat Astrid Lindgren mijn heldin is. Samen met Annie, Sjoerd, Roald e.v.a. inspireert ze mij (en heel veel andere auteurs) bij het uitbroeden van mijn verhalen.

Vroeger wilde ik Astrid worden; ik wilde ‘later’ Zweeds studeren, in Stockholm wonen, een kind krijgen dat Lars heette en heel veel mooie boeken schrijven.
Tegenwoordig verslind ik nog steeds alle literatuur die ik van en over haar kan krijgen, niet in het Zweeds, want dat staat nog op mijn bucketlist, maar voor een biografie in het Duits of Engels deins ik zeker niet terug. Ik ben in Vimmerby geweest, in Junibacken en ik ga zelfs regelmatig bij haar op bezoek. Virtueel.

Ik loop door Gamla Stan, een oude, statige wijk in Stockholm waar de ondergaande zon ’s avonds alle gevels roze kleurt, ik weet precies waar ik moet zijn. Dalagatan 46, boven het restaurant met de rode zonwering.
Daar is het.
De deur naar de portiek is zwaar en log, ik duw hem open en neem de trap en open de voordeur van het appartement. In het halletje hang ik mijn jas op. Dan loop ik door naar de eetkamer, in het hart van het appartement. Van daaruit kan ik naar de zitkamer, waar ik smul van de kunst aan de muur, de goedgevulde boekenkasten her en der en natuurlijk de typisch Zweedse vloerkleden. In een zijkamertje werkt Astrid Lindgren.
In opperste  concentratie.
In mijn verbeelding.

Met een druk op de knop ben ik weer in mijn eigen werkkamer. Hej då, Astrid, het was me weer een waar genoegen. Ik pak mijn schrijfwerk weer op, tref voorbereidingen voor mijn les Nt2 en denk na over januari, als De Schoolschrijver weer van start gaat.

Ik vraag me af wat Astrid Lindgren van De Schoolschrijver zou vinden. Zij nam het altijd op voor kinderen; ook als ze opvoeders daarmee tegen de haren in streek, of j√ļ√≠st dan. Ze heeft trouw gecorrespondeerd met kinderen en tieners die het moeilijk hadden en gestreden voor een betere, vreedzame samenleving voor mens en dier.
Voor het kind.

Ik heb het vermoeden dat ik, als één van de vele Schoolschrijvers (met nog slechts vijftien geschreven boeken), toch tenminste in het kleinste puntje van haar langste schaduw op een mooie, Zweedse avond sta. Samen met de andere Schoolschrijvers zet ik me in voor kinderen. We willen hen taalsterk maken, meer leesplezier geven en on top of it all meer zelfvertrouwen. We willen dat ze  kansrijker en gelukkig worden.
Ik denk dat Astrid Lindgren ons werk zeker goedgekeurd zou hebben en ik vind het geweldig fijn in dat puntje van haar schaduw.

In maart 2018 wordt de ALMA uitgereikt.

 

Klopt het dat jij zaken als onderwijs, kunst en cultuur Heel Belangrijk vindt? Voor je kind, voor iedereen eigenlijk? Klopt het dat je vindt dat je kind, iedereen eigenlijk, récht heeft op die zaken, dat hij er een slimmer, beter en breder ontwikkeld mens van zal worden? Vind jij ook niet dat slimmere, beter en breder ontwikkelde mensen zullen zorgen voor een bloeiende welvaartsmaatschappij?
En: klopt het dat jij voor je werk eerlijk betaald wilt worden? (1 uur hard werken = 1 uur geld verdienen, dus)

Houd dan nu je neus goed vast, want ik ga hem op enkele freelance-en-zzp-feiten drukken. Ik put daarbij uit mijn eigen ervaring en die van bevriende collega’s, allemaal werkzaam in de onderwijs-, kunst- en cultuursector:

  • ¬†Potenti√ęle opdrachtgever wil je ‘ontzettend graag’ spreken, want je profiel past zo goed bij het werk dat hij te bieden heeft.
    Dus daar zit je, ambitieus en gevleid. Na een uitgebreid en vrij concreet gesprek komt eindelijk het geld ter sprake. De potenti√ęle opdrachtgever geeft aan je goed te zullen betalen. Wel 35 euro per uur! Ja, dat is inclusief reiskosten, -tijd √©n voorbereiding.
    Wanneer je precies kunt beginnen en voor hoeveel uur per week? Ai, het eerste is nog niet helemaal duidelijk en het tweede kan per week wisselen. Potenti√ęle opdrachtgever gaat ervan uit dat je dat begrijpt en je flexibel zult opstellen.
  • Via-via kom je in contact met een groot Nederlands bedrijf. Een commerci√ęle gouwe ouwe; we kunnen met z’n allen geen dag zonder! Of je een training wilt verzorgen.
    Graag! Dat is immers je werk, daar heb je voor doorgeleerd en avonden lang tot in de late uurtjes een boek over geschreven. Enthousiast wacht je af met wat voor tarief het prachtige, succesvolle bedrijf zal komen.
    30 Euro per uur. Nat√ļ√ļrlijk is dat inclusief voorbereidingstijd! (Wat een vraag…) Je geeft subtiel aan dat je zzp’er bent. Dat je zelf je pensioen moet regelen en zo.
    Het bekendste, grootste bedrijf van Nederland in z’n soort gaat in beraad en belooft bij je terug te zullen komen met een nieuw voorstel, een ‘zzp-tarief’.
    Een paar dagen later is het zover.
    24 Euro!
  • Je netwerkt er als zzp’er natuurlijk op los. Zo volg je eens een workshop van een stichting die werk doet waar je hart sneller van gaat kloppen. Waarvan je z√©ker weet dat het jou zal liggen. Jou moeten ze hebben! Er is een leuke klik, dus een aantal weken later zit je samen om de tafel.
    Jij hebt die middag helemaal vrijgehouden (dan maar geen geld verdienen; dit gaat even voor!) en vraagt verheugd wat je zou kunnen betekenen.
    De opdrachtgever schuift een flyer naar je toe waarop informatie staat over een twee jaar durende opleiding. Kosten: 4800 euro. Of je die eerst volgt.
    En dan? vraag je hoopvol. Krijg ik daarna van jullie locaties toegewezen waar ik dat fijne werk kan gaan uitvoeren? Er wordt beslist nee geschud. Acquisitie is vanzelfsprekend ook onderdeel van je takenpakket.
    Maar eerst even die opleiding, dus. Betalen mag in termijnen, hoor!
  • Of je ergens een optreden wilt verzorgen. Zeker wel! Leuk! Wat levert het op? Nou ja, kijk, dat zit zo, je moet het zien als ‘free publicity’. Mooi toch?! Heel waardevol, hoor! Krijg je naamsbekendheid van en alles.
    Vooruit, reiskosten mag je  indienen. Tweedeklas hè. En je krijgt ook iets van een boekenbon of zo. Voor de moeite.
    Je gaat overstag. Treedt op. Krijgt applaus. Fotomoment hier, fotomoment daar.
    Daarna rept niemand met één woord meer over die boekenbon-of-zo.
  • Op vrijdagavond belt een bevriende collega: ‘Er is stress bij de uitgeverij. Ze hebben niet goed in hun planning gekeken. Begin volgende week moet er een vertaling af zijn. Kunnen wij dat fixen?’
    Je pakt je partner eens stevig vast, overlaadt hem met duizend kusjes en zegt: ‘Sorry lieverd, dit weekend ben ik er niet voor jou en onze drie kinderen en de hond en de sportwedstrijden en het familiebezoek en het onkruid in de tuin en de boodschappen en de zeven volle wasmanden.’
    Daarna sluit je je op met een pot sterke koffie en alle te vertalen bestanden. Je vertaalt en vertaalt en vertaalt en haalt samen met je collega die deadline. BAM!
    Waarop de uitgever per mail reageert met een dankjewel en in dezelfde zin aangeeft dat het tarief trouwens veranderd is. Pardon, gehalveerd.
  • Je legt wat geld neer om een congres te kunnen bezoeken. Op zaterdag, wat een geluk, dan hoeven er tenminste geen kantooruren te sneuvelen.
    Eenmaal daar word je direct aangesproken door een jou totaal onbekende collega: ‘Ik weet waarom jij dit werk kunt doen.’
    O ja?
    ‘Omdat je vent een vaste baan heeft!’
    De dame met mensenkennis is van een comité dat ervoor wil zorgen dat er een einde komt aan de uitbuiting in jullie beroepsgroep.
    Uitbuiting? Je knippert even met je ogen. Je zwaait naar twee collega’s die zojuist gratis een workshop gaven en daarvoor samen √©√©n treinkaartje mogen declareren. Langzaam valt er een kwartje.

Freelance taaldocenten en zzp’ers die werkzaam zijn in de kunst- en cultuursector hebben meestal een hbo-opleiding of universitaire studie genoten en schrijven zich regelmatig in voor cursussen, workshops, congressen en dergelijke om hun didactische en creatieve vaardigheden nog verder te ontwikkelen.
Zij zijn geen hobbyisten, maar hoog opgeleide specialisten.
Zíj zijn degenen die ervoor zorgen dat jouw kind, iedereen eigenlijk, zich maximaal kan ontwikkelen, dat er taal- en verhaalrijkdom is in dit land.
Heel Belangrijk!
Hun vak is weliswaar hun passie, maar ze kunnen echt-echt-echt niet leven van die liefde, een boekenbon of drie tientjes per uur. Er hoort een fair uurloon tegenover te staan, net zoals jíj dat verdient.
Een Amerikaanse kunstenaar zei het ooit al: ‘Inspiratie is voor amateurs. De rest van ons staat ’s ochtends gewoon op en gaat aan het WERK.’

Ter lering ende vermaeck:
– Alles onder de 50-55 euro per uur is voor een zzp’er te slecht betaald om een fatsoenlijk bestaan te leiden. Bron: Comit√© Nt2.
– Tjitske Jansen schreef in het AD van 7 oktober een column over dit onderwerp, getiteld: Afscheid.

Nu het weer bijna tijd is voor Het Feest Van Het Jaar voor de Nederlandse kinderboekenschrijvers – baljurk hangt al klaar aan een knaapje – is er ook opeens crisis.
Veel Grote Schrijvers die ik mateloos bewonder hebben er al slimme en rake dingen over geschreven: Edward van de Vendel, Bart Moeyaert, Marit Törnqvist, Ted van Lieshout en nog een stel. Allemaal leggen ze uit waar het vandaan komt en wat ze erbij voelen. Bij dat gezeik bij sommige uitgeverijen, bedoel ik.
En ik, nog lang geen Grote Schrijver (als je je boekenkast met mijn boeken wilt vullen – graag! – ben je na enkele decimeters wel klaar), slechts klein maar ijverig, ik vind er ook wat van.
Ik vind het jammer.

Lang, lang geleden, volgde ik een opleiding over Kinder- en Jeugdliteratuur in Leiden. Grootheden Toin Duijx en Joke Linders waren mijn docenten; ik genoot me te pletter.
Ik weet nog dat er ook wel eens gastsprekers kwamen, √©√©n van hen was uitgever. De meest romantische, smeu√Įge anekdotes diste ze op, vooral om ons een hart onder de riem te steken:

Zelfs de meest beroemde schrijvers hebben af en toe steun nodig van een uitgever en/of zijn redacteur.
(Omdat schrijven nu eenmaal Heel Moeilijk is en hoe goed uitgedacht je verhaal ook, altijd een traag proces.)

‘Ik weet nog,’ vertelde de uitgever, ‘dat ik me een keer zorgen maakte om Zeer Beroemde Schrijver X. Hij had zijn manuscript al lang moeten inleveren, maar hij kwam met niks.’
Ik hing aan haar lippen.
‘Dus ging ik bij hem langs. Met whisky. Is dit niet een idee? opperde ik. Of dat? Kun je niet eens hier aan denken? Of je verhaal een keer zo’n wending geven? Met iedere vraag schonk ik het glas van X bij, dat hij telkens woest achterover sloeg. Mijn idee√ęn waren allemaal… ongeschikt.’
Tja, dacht ik wijsneuzig, uitgeven is ook iets anders dan schrijven. Ieder zijn vak!
‘Maar,’ ging ze verder, ‘de volgende dag belde hij me op. Hij had een kater. En een h√©√©l goed verhaalidee.’

Mijn conclusie: de uitgever had X onbewust tóch de goede kant op gestuurd, door vooral te benoemen waar zijn nieuwe verhaal níét over moest gaan. Ja, dat kan.

Nog een hilarisch en mooi uitgeversverhaal: ‘Beste Schrijfster Van Nederland was kilometers over haar deadline gegaan. Op een dag belde ze huilend op. Dat ze maar geen rust vond om het verhaal af te schrijven door de chaos in en rond haar huis.’
Wat er dan allemaal zo chaotisch was, wilde de uitgeefster weten. Nou, de afwas stond torenhoog in de gootsteen, de pruimenbomen moesten dringend gesnoeid en de vloer in de woonkamer kon wel een verfje gebruiken. Om maar wat te noemen.
‘Dus pakte ik mijn koffertje met kluskleren,’ zei de uitgever monter.
Wij schudden verbijsterd ons hoofd. SRSLY?
Ja, SRSLY. Binnen drie dagen had de uitgeefster het erf van de auteur op orde en was er een schitterend boek geboren.

Nou gaat het natuurlijk niet om die borrels en dat klussen, dat snap je, het gaat om de betekenis daarvan. Dit nederige schrijfstertje vindt  Рheeft geleerd van Grote Voorbeelden! Рdat een uitgever hart moet hebben voor het werk dat hij uitgeeft en de mens die het maakt. De redacteur is een strenge maar rechtvaardige leraar als hij redigeert én bijkans psycholoog, hetzij voor de boekpersonages, hetzij voor de kneitergoede auteur die zo nu en dan simpelweg steun nodig heeft.

Vermoei beiden niet met gruwelijk enge, zakelijke overheadellende en concerngedoe. Laat ze hun échte werk doen.
En nu zonder bruggetje óp naar het Kinderboekenbal!

 

Twee weken geleden tikte ik met een nieuw manuscript de tienduizend aan. Tienduizend woorden in twee maanden op papier, te gek! Overmoedig pakte ik mijn agenda, een potlood (ik ben nog steeds niet helemaal over op digitaal, sorry bomen) en begon ijverig te plannen en schema’s te maken. Als ik zo doorging, zou ik eind oktober wel eens een fijne eerste ruwe versie af kunnen hebben. Ik kon mijn geluk niet op.

En toen gebeurde het. Als een chocoladepaasei in een zonnig raamkozijn zakte de schrijver in mij in. Mezelf vermannen en door bikkelen (hou ik van!) werkte opeens niet meer, iets anders gaan doen, hielp ook zo gauw niet en alles wat ik al geschreven had nog eens herlezen maakte me compleet onzeker aan het grienen.
Dus.
Daar zat ik dan een aantal dagen, starend naar een tekst waar ik me diep voor schaamde.
Totdat ik opeens het aantal woorden onderaan de pagina’s weer zag en er langzaam aan iets begon te dagen:

Kak! Dit Heb Ik Altijd Na Tienduizend Woorden.

Zit er eenmaal een verhaal in mijn kop, dan rolt het eerste deel er zó uit. Geef me wat rust en wat tijd en voor je het weet, staat het op papier. Echt, ik ga als een raket in die eerste schrijffase. In gedachten stoom ik in één rechte lijn op Mijn Beste Boek Ooit af.
Maar dan. Of liever gezegd: Maar dan?

Als op commando verschijnen de schijtluis en de perfectionist ten tonele om eens eventjes fijn op me in te praten. Dat ik echt even moet stoppen. Dat die ene zin niet loopt. En die andere ook niet. Dat het verhaal niet spannend, grappig en al helemaal niet origineel is.
Dat ik misschien toch beter ander werk kan gaan doen (boekhandel/cafeetje?); werk dat minder iets minder complex is. Want daar zit het ‘em in, laten we wel wezen. Boeken schrijven is simpelweg te hoog gegrepen voor me. Ik ben gewoon niet goed genoeg. Wanneer ga ik dat nou eens onder ogen zien?

Die tienduizend is een gezelschap van valse secreten die me elk boek weer naar beneden proberen te halen.
Gelukkig is er een auteur die in zijn boeken zo’n beetje gespecialiseerd is in valse secreten de kop afhakken, Stephen King. Van hem is volgende tegeltjeswijsheid over het schrijfproces:

‘Soms lever je goed werk, zelfs als je het gevoel hebt dat je alleen maar in een zittende houding stront aan het scheppen bent.‚Äô

Inmiddels heb ik, voorzichtig optimistisch gestemd, mijn schema en agenda aangepast. Ik focus me als een malle op die vijf woorden voor de komma in de quote van de thrillerschrijver en maak dat manuscript af, hoe strontvervelend het zo nu en dan ook is. No shit!

Helder als de blauwe zee. De zomer maakte mijn hoofd helder als de blauwe zee van Jemagzelfwetenwelkland. Gedachten zwommen er als visjes in rond. Ik kon ze duidelijk van elkaar onderscheiden, ook al was het een hele school. En ik vond ze prachtig.
Een visje was een verhaal voor kinderen van acht jaar en ouder. Klein maar dapper zwom het vooraan.
Een ander exemplaar blubde er bedachtzaam achteraan. Het was een verhaal dat tijd nodig heeft, maar er ook wel komt, weet ik inmiddels.
Een stuk of wat geschubde diertjes spartelden en sprongen er speels omheen: ik hou ervan om bezig te zijn in huis en tuin en heb plannen genoeg om mijn nest nog mooier te maken in het najaar en de winter!
En die drie guppies… die moest ik er af en toe met een schepnetje weer even bijhalen. Koerste er bijvoorbeeld een op een koraal af waarvan ik zeker wist dat er haaien zitten. Hier blijven, meiske!
De homvis (Jawel, zo heet dat, dames! Net opgezocht!) des huizes zwom -as always- zijn eigen route. Ik wist dat ik hem met een gerust hart zijn vrijheid kon gunnen; hij komt altijd ongedeerd en vol liefde terug.
Er zwommen ook een paar visjes tegen de stroom in. Eentje deed iets met pleasen; eentje had wat met verplichtingen en fatsoen; een, twee, drie waren stressvinnetjes en een ging met alle anderen de confrontatie aan, niet omdat het zo leuk was, maar omdat het moest.

Ik liet die tegendraadse koudbloedigen gewoon gaan deze zomer.
Ik voelde mezelf als een vis in het water in de prachtige landen waar ik op vakantie was; ik kon die dwarsliggers er gemakkelijk bij hebben. Sterker, als ik ze simpelweg liet zijn voor wat ze waren, leken ze langzaam maar zeker bij me weg te zwemmen naar grote dieptes waar ik niet eens komen kon, al zou ik het willen.

Inmiddels is de nazomer begonnen. De dagen worden al wat korter, het zeewater iets frisser. En ik weet niet hoe dat precies zit met visjes, maar ik vrees dat de tegenliggers binnenkort met al hun gesputter zullen omdraaien en zich bij de grote fijne club zullen voegen voor een beetje extra warmte op hun kille kieuwen. Hm.

Hou jij van vissen? Grijp dan morgen je kans! Het wordt een prachtige dag. Tip: ¬†werp je hengel stroomopwaarts uit. Ik garandeer je dat je snel beet hebt. Je hoeft je vangst ook niet terug te gooien. Leg de hele handel ’s avonds maar op de barbecue. Eet smakelijk!

Van een zorgeloze zomer op naar een heldere herfst…

‘Zou je ons boegbeeld willen worden voor nieuwkomersonderwijs?’ Een fijne vraag van de fijnste opdrachtgever in het land, aan mij gericht.
Het antwoord lag voor de hand.
Het resultaat is waanzinnig.
Bij deze geef ik je dan ook vol trots twee links:
Het Parool van vandaag wijdde een artikel aan mijn werk en
– op de website van Vluchtelingenwerk Nederland kun je een interview met mij lezen.
En voor iedereen die nog niet weet wie die geweldige opdrachtgever is, ook nog maar ‘es een linkje naar¬†De Schoolschrijver!

Ik ben zo trots als een pauw op De Schoolschrijver. Schoolschrijver zijn is zo’n erebaan! Bij RTL Live mocht ik er een paar minuten over vertellen. Hierbij een link naar de beelden van het item:Kinderboekenauteur Simone Arts vertelt over De Schoolschrijver

Een paar eigenschappen die in mijn werk altijd van pas komen zijn mijn leergierigheid en mijn vermogen tot verwondering. Ik kan geen genoeg krijgen van luisteren naar mensen die dingen beter kunnen dan ik. Ik kijk schaamteloos, mateloos naar hen op en hang aan hun lippen. Als het op inzichten verwerven aankomt, ben ik een echte veelvraat.

Na een half jaar keihard werken aan de Fashion Academy en daarnaast lesgeven als Schoolschrijver en docent Nt2, komt er nu een periode aan waarin ik mijn honger naar kennis en nieuwe creativiteit enigszins kan stillen:
– Komende woensdag vindt de jaarlijkse Annie M.G. Schmidtlezing plaats. Pen en schrijfblok liggen al klaar om aantekeningen te maken van al het bijzonders dat Rindert Kromhout vast en zeker gaat vertellen.
– Zaterdag a.s. is er de (ook jaarlijkse) Middag van het Kinderboek in de OBA van Amsterdam. Ik weet nu al dat ik me klein en nietig ga voelen tussen de vele¬†collega’s die meters boeken hebben geschreven (zelf zit ik op 30 centimeter; ik heb het met een liniaal nagemeten).
– Op 16 juni ga ik naar de Conferentie Creatief Schrijven in het Onderwijs. Smullen.
– Op 17 juni geeft Tools voor Taal een workshop Art Journaling. E√©n keer raden wie daar met vieze verfvingers en lijm in haar haren lekker gaat zitten genieten…

Honger smaakt altijd naar meer.

Soms zijn stress en spanning lekker. Naar een deadline toeschrijven vind ik helemaal niet erg, zo lang ik min of meer weet wat ik schrijven wil. Ik houd wel van dat gejakker op mijn toetsenbord, van het aantal woorden dat ik rap zie toenemen in de statusbalk onderaan mijn scherm, van de schemer die valt met de nacht achter zich aan terwijl ik net doe of het nog steeds mijn werkd√°g is.
Afgelopen maandag leverde ik het laatste deel in van de Fashion Academy, althans een zeer ruwe versie ervan. Die moest eruit. Zowel voor de planning van de uitgeverij als voor mijn gemoedsrust. Iets voor middernacht was het. BAM! Laatste punt, bestandsnaam aanpassen en mailen maar! Heerlijk.

Altijd als ik spanning ervaar – hoe goed er ook mee te dealen valt -, verlang ik naar rust. Best logisch.
Maar rust brengt mij ook vaak rusteloosheid.
Onzekerheid.
Een gevoel van nutteloosheid.

Ik kijk uit naar de feedback van de uitgever. Zo lang het een behoorlijke portie is en ik bij alles kan denken ‘jaaaaa, tuurlijk moet dat anders!’ is het prima en alleen maar leerzaam. Als de reactie een onverwachte koude plens water in mijn gezicht is, moet ik ervan bijkomen. Wakker en wijzer worden.
Daarna is het tijd voor de tweede ronde. Herschrijven. Aanpassen. Verbeteren. Altijd goed.

Maar dan!
De stress van het opnieuw beginnen, na een jaar lang volledig met één en dezelfde serie te zijn bezig geweest.
Drie verhalen vechten om aandacht in mijn hoofd.
Alledrie totaal anders dan wat ik ooit eerder publiceerde.
Zou het me lukken om ze op papier te zetten?
Om de tijd en het geduld te nemen, te blijven geloven in mijzelf en het schrijfproces?
Spannend…