Twee weken geleden tikte ik met een nieuw manuscript de tienduizend aan. Tienduizend woorden in twee maanden op papier, te gek! Overmoedig pakte ik mijn agenda, een potlood (ik ben nog steeds niet helemaal over op digitaal, sorry bomen) en begon ijverig te plannen en schema’s te maken. Als ik zo doorging, zou ik eind oktober wel eens een fijne eerste ruwe versie af kunnen hebben. Ik kon mijn geluk niet op.

En toen gebeurde het. Als een chocoladepaasei in een zonnig raamkozijn zakte de schrijver in mij in. Mezelf vermannen en door bikkelen (hou ik van!) werkte opeens niet meer, iets anders gaan doen, hielp ook zo gauw niet en alles wat ik al geschreven had nog eens herlezen maakte me compleet onzeker aan het grienen.
Dus.
Daar zat ik dan een aantal dagen, starend naar een tekst waar ik me diep voor schaamde.
Totdat ik opeens het aantal woorden onderaan de pagina’s weer zag en er langzaam aan iets begon te dagen:

Kak! Dit Heb Ik Altijd Na Tienduizend Woorden.

Zit er eenmaal een verhaal in mijn kop, dan rolt het eerste deel er zó uit. Geef me wat rust en wat tijd en voor je het weet, staat het op papier. Echt, ik ga als een raket in die eerste schrijffase. In gedachten stoom ik in één rechte lijn op Mijn Beste Boek Ooit af.
Maar dan. Of liever gezegd: Maar dan?

Als op commando verschijnen de schijtluis en de perfectionist ten tonele om eens eventjes fijn op me in te praten. Dat ik echt even moet stoppen. Dat die ene zin niet loopt. En die andere ook niet. Dat het verhaal niet spannend, grappig en al helemaal niet origineel is.
Dat ik misschien toch beter ander werk kan gaan doen (boekhandel/cafeetje?); werk dat minder iets minder complex is. Want daar zit het ‘em in, laten we wel wezen. Boeken schrijven is simpelweg te hoog gegrepen voor me. Ik ben gewoon niet goed genoeg. Wanneer ga ik dat nou eens onder ogen zien?

Die tienduizend is een gezelschap van valse secreten die me elk boek weer naar beneden proberen te halen.
Gelukkig is er een auteur die in zijn boeken zo’n beetje gespecialiseerd is in valse secreten de kop afhakken, Stephen King. Van hem is volgende tegeltjeswijsheid over het schrijfproces:

‘Soms lever je goed werk, zelfs als je het gevoel hebt dat je alleen maar in een zittende houding stront aan het scheppen bent.’

Inmiddels heb ik, voorzichtig optimistisch gestemd, mijn schema en agenda aangepast. Ik focus me als een malle op die vijf woorden voor de komma in de quote van de thrillerschrijver en maak dat manuscript af, hoe strontvervelend het zo nu en dan ook is. No shit!

Helder als de blauwe zee. De zomer maakte mijn hoofd helder als de blauwe zee van Jemagzelfwetenwelkland. Gedachten zwommen er als visjes in rond. Ik kon ze duidelijk van elkaar onderscheiden, ook al was het een hele school. En ik vond ze prachtig.
Een visje was een verhaal voor kinderen van acht jaar en ouder. Klein maar dapper zwom het vooraan.
Een ander exemplaar blubde er bedachtzaam achteraan. Het was een verhaal dat tijd nodig heeft, maar er ook wel komt, weet ik inmiddels.
Een stuk of wat geschubde diertjes spartelden en sprongen er speels omheen: ik hou ervan om bezig te zijn in huis en tuin en heb plannen genoeg om mijn nest nog mooier te maken in het najaar en de winter!
En die drie guppies… die moest ik er af en toe met een schepnetje weer even bijhalen. Koerste er bijvoorbeeld een op een koraal af waarvan ik zeker wist dat er haaien zitten. Hier blijven, meiske!
De homvis (Jawel, zo heet dat, dames! Net opgezocht!) des huizes zwom -as always- zijn eigen route. Ik wist dat ik hem met een gerust hart zijn vrijheid kon gunnen; hij komt altijd ongedeerd en vol liefde terug.
Er zwommen ook een paar visjes tegen de stroom in. Eentje deed iets met pleasen; eentje had wat met verplichtingen en fatsoen; een, twee, drie waren stressvinnetjes en een ging met alle anderen de confrontatie aan, niet omdat het zo leuk was, maar omdat het moest.

Ik liet die tegendraadse koudbloedigen gewoon gaan deze zomer.
Ik voelde mezelf als een vis in het water in de prachtige landen waar ik op vakantie was; ik kon die dwarsliggers er gemakkelijk bij hebben. Sterker, als ik ze simpelweg liet zijn voor wat ze waren, leken ze langzaam maar zeker bij me weg te zwemmen naar grote dieptes waar ik niet eens komen kon, al zou ik het willen.

Inmiddels is de nazomer begonnen. De dagen worden al wat korter, het zeewater iets frisser. En ik weet niet hoe dat precies zit met visjes, maar ik vrees dat de tegenliggers binnenkort met al hun gesputter zullen omdraaien en zich bij de grote fijne club zullen voegen voor een beetje extra warmte op hun kille kieuwen. Hm.

Hou jij van vissen? Grijp dan morgen je kans! Het wordt een prachtige dag. Tip:  werp je hengel stroomopwaarts uit. Ik garandeer je dat je snel beet hebt. Je hoeft je vangst ook niet terug te gooien. Leg de hele handel ’s avonds maar op de barbecue. Eet smakelijk!

Van een zorgeloze zomer op naar een heldere herfst…

‘Zou je ons boegbeeld willen worden voor nieuwkomersonderwijs?’ Een fijne vraag van de fijnste opdrachtgever in het land, aan mij gericht.
Het antwoord lag voor de hand.
Het resultaat is waanzinnig.
Bij deze geef ik je dan ook vol trots twee links:
Het Parool van vandaag wijdde een artikel aan mijn werk en
– op de website van Vluchtelingenwerk Nederland kun je een interview met mij lezen.
En voor iedereen die nog niet weet wie die geweldige opdrachtgever is, ook nog maar ‘es een linkje naar De Schoolschrijver!

Ik ben zo trots als een pauw op De Schoolschrijver. Schoolschrijver zijn is zo’n erebaan! Bij RTL Live mocht ik er een paar minuten over vertellen. Hierbij een link naar de beelden van het item:Kinderboekenauteur Simone Arts vertelt over De Schoolschrijver

Een paar eigenschappen die in mijn werk altijd van pas komen zijn mijn leergierigheid en mijn vermogen tot verwondering. Ik kan geen genoeg krijgen van luisteren naar mensen die dingen beter kunnen dan ik. Ik kijk schaamteloos, mateloos naar hen op en hang aan hun lippen. Als het op inzichten verwerven aankomt, ben ik een echte veelvraat.

Na een half jaar keihard werken aan de Fashion Academy en daarnaast lesgeven als Schoolschrijver en docent Nt2, komt er nu een periode aan waarin ik mijn honger naar kennis en nieuwe creativiteit enigszins kan stillen:
– Komende woensdag vindt de jaarlijkse Annie M.G. Schmidtlezing plaats. Pen en schrijfblok liggen al klaar om aantekeningen te maken van al het bijzonders dat Rindert Kromhout vast en zeker gaat vertellen.
– Zaterdag a.s. is er de (ook jaarlijkse) Middag van het Kinderboek in de OBA van Amsterdam. Ik weet nu al dat ik me klein en nietig ga voelen tussen de vele collega’s die meters boeken hebben geschreven (zelf zit ik op 30 centimeter; ik heb het met een liniaal nagemeten).
– Op 16 juni ga ik naar de Conferentie Creatief Schrijven in het Onderwijs. Smullen.
– Op 17 juni geeft Tools voor Taal een workshop Art Journaling. Eén keer raden wie daar met vieze verfvingers en lijm in haar haren lekker gaat zitten genieten…

Honger smaakt altijd naar meer.

Soms zijn stress en spanning lekker. Naar een deadline toeschrijven vind ik helemaal niet erg, zo lang ik min of meer weet wat ik schrijven wil. Ik houd wel van dat gejakker op mijn toetsenbord, van het aantal woorden dat ik rap zie toenemen in de statusbalk onderaan mijn scherm, van de schemer die valt met de nacht achter zich aan terwijl ik net doe of het nog steeds mijn werkdág is.
Afgelopen maandag leverde ik het laatste deel in van de Fashion Academy, althans een zeer ruwe versie ervan. Die moest eruit. Zowel voor de planning van de uitgeverij als voor mijn gemoedsrust. Iets voor middernacht was het. BAM! Laatste punt, bestandsnaam aanpassen en mailen maar! Heerlijk.

Altijd als ik spanning ervaar – hoe goed er ook mee te dealen valt -, verlang ik naar rust. Best logisch.
Maar rust brengt mij ook vaak rusteloosheid.
Onzekerheid.
Een gevoel van nutteloosheid.

Ik kijk uit naar de feedback van de uitgever. Zo lang het een behoorlijke portie is en ik bij alles kan denken ‘jaaaaa, tuurlijk moet dat anders!’ is het prima en alleen maar leerzaam. Als de reactie een onverwachte koude plens water in mijn gezicht is, moet ik ervan bijkomen. Wakker en wijzer worden.
Daarna is het tijd voor de tweede ronde. Herschrijven. Aanpassen. Verbeteren. Altijd goed.

Maar dan!
De stress van het opnieuw beginnen, na een jaar lang volledig met één en dezelfde serie te zijn bezig geweest.
Drie verhalen vechten om aandacht in mijn hoofd.
Alledrie totaal anders dan wat ik ooit eerder publiceerde.
Zou het me lukken om ze op papier te zetten?
Om de tijd en het geduld te nemen, te blijven geloven in mijzelf en het schrijfproces?
Spannend…

Gisteren was het vijftien jaar geleden dat Astrid Lindgren overleed. Ze groeide op als een gelukkig kind, wat droevige tiener, een eenzame, uit huis gezette, ploeterende twintiger en werd alleenstaande moeder van een zoon, echtgenote van een alcoholist, moeder van een zoon en een dochter, gescheiden, beroemd, wereldberoemd, moeder van een overleden zoon, oma, politica, blind en dat allemaal ongeveer in deze volgorde.
Ik ben best wel eens fan geweest van een popartiest, maar idolaat was ik en blijf ik de rest van mijn leven van Astrid. Het is een gen, denk ik. En ik heb het doorgegeven.
Want zoals ik vroeger stilletjes ernaar verlangde om Madieke te zijn, zo verzuchtte jongste vorige week nog toen ik haar in bed legde: ‘Ik wou dat ik Lisa was…’

Tak sa mycket, Astrid, voor Madieke, Pippi, Karlsson, Emil, meneer Rozenstraf, Lisa en alle anderen, ja zelfs voor Tengil die akelig veel op Trump lijkt. We wensen jou voor altijd en eeuwig een fijn, wit boerderijtje in een vredig Nangijala.

Lieve jongens en meisjes van De Dapper,

Op donderdag 26 januari begint het sprookje van De Schoolschrijver op jullie school. Wees gerust: het wordt een verhaal zonder giftige stiefmoeders, boze wolven en hongerige reuzen.
Hoewel, misschien ook niet… Jullie mogen het helemaal zelf verzinnen! Ik zal je erbij helpen. En voorlezen natuurlijk. En luisteren als jullie voorlezen. Misschien houden we soms zelfs tijd over voor een spelletje! We zien wel.
Wordt het saai? Moeilijk? Alleen voor meisjes? Alleen voor de besten van de klas?
ECHT NIET.
Ik ben Schoolschrijver voor iedereen.
Moet ik dat bewijzen?
Oké, let op.
Een test:

Ik ben Schoolschrijver voor degenen die weten met welke zin elk sprookje eindigt.

Kijk nou maar eens even om je heen.
Wie weet wat de laatste zin is van elk sprookje?
Zie je wel.

Tot donderdag!

‘Ik heb goed nieuws en slecht nieuws,’ zou mijn jongste dochter met een ondeugende grijns zeggen.
Voor alle supergetalenteerde, geniale, briljante vakantievierders is het slechte nieuws dat de scholen weer gaan beginnen. Het goede nieuws voor iedereen van 0 tot 100 is dat de Kinderboekenweek er weer aan komt!!! Voor beide geldt: je kunt mij BOEKEN!
Dan kom ik langs op school en vertel over mijn boeken. Over Plan C, want daarin speelt een heel zielige, maar tegelijkertijd heel dappere opa een grote rol en opa’s zijn deze KBW ont-zet-tend belangrijk.
En als je wilt, vertel ik over mijn nieuwe serie: We love fashion. (In het Nederlands, dat beloof ik je.) De eerste twee delen zijn uit en ik ben er verschrikkelijk blij mee!
Als je oren genoeg hebben geluisterd en je billen klaar zijn met stilzitten, gaan we wat doen. ‘Wat?’ denk je nu misschien. Wat is wat dan?
Tja.
BOEK me maar. Dan kom je er vanzelf wel achter!

Lieve schatten,

Nog even en dan begint de zomervakantie en kunnen bij de meesten van jullie eindelijk de schouders weer een stukje zakken. Daarmee bedoel ik dat je kunt ontspannen.

Geen Cito’s meer, geen spreekbeurten, werkstukken, werkweken en andere schoolse zaken waarbij presteren alsmaar voorop staat.
Ik zou bijna zeggen: presteer het maar eens om zes weken niks te doen, behalve jezelf weer te ontdekken! Laat al je cijfers, scores, PR’s, diploma’s en certificaten maar eens los en kijk eens in de spiegel. Maar dan écht. Wie zie je? Een verlegen, druk, teruggetrokken, stuiterballerig, knap, gewoon, aardig, stoer en kwetsbaar kind soms? Mooi zo! Geniet ervan!
Hoe?
Lekker in je unieke uppie, wat mij betreft. Ga je maar fijn vervelen. Pak een badlaken en zoek een rustig plekje op een oever langs een sloot. Of ga op de trampoline in je tuin liggen en zoek wolken in monster- of hartjesvorm. Pak een klapstoel en geniet van een kopje thee op de galerij van je flat, staar naar de overkant of voor mijn part naar niks.
Denk, mijmer, pulk in je neus, kauw op je haar, zuig desnoods weer eens ouderwets op je duim, maar vooral: heb het helemaal oké met jezelf.

En komt per ongeluk toch eens een baaldag? Krijg je even schoon genoeg van je eigen simpelezielen ik die niks boeiends meemaakt? (Grijp dan vooral NIET naar je tablet of je smartphone. Die geven je namelijk geen aandacht, maar vragen het alleen. Mag ik een selfie van je? Geef jij ook een reactie? Denk je aan je updates? Je moet nog vijf e-mails lezen! G.A.T.V.E.R.)
Pak een boek en lees.
Dan zul je eens wat beleven!

Veel plezier in de zomer en tot in september,
Simone
PS: Ga je niet op vakantie? Maakt niks uit: lezen is reizen in je hoofd. Je kunt deze zomer dus overal naartoe!  😉